ADO Den Haag maakt tegenwoordig echt werk van studiebegeleiding. De Haagse BVO verblijft nu met ruim zestig jongens in het Turkse Belek. Veelal scholieren, die van hun school toestemming hebben gekregen om dat trainingskamp mee te maken. Maar de studie wordt ook niet vergeten, daarom is Gerrit van Pelt mee als studiebegeleider.

De jeugdopleidingen van ADO Den Haag vatte maanden terug al het plan op om in de eerste week van januari op trainingskamp te gaan met de vier hoogste selecties (A1, A2, B1 en B2). Juist op een moment, dat de scholen al weer begonnen zijn na de kerstvakantie.
Scholen werken niet zomaar mee om leerlingen vrij te geven voor activiteiten. ADO Den Haag maakt serieus werk van de studiebegeleiding en heeft voor die functie Gerrit van Pelt aangetrokken, conrector van De Populier in Den Haag.
beeld
‘Dat klopt, ik ben per 1 juli in dienst getreden van ADO Den Haag voor 20 uur in de week om de studiebegeleiding van de jeugdteams van de D1 tot en met de A1 te coördineren’, heeft Van Pelt aan. ‘Dan hebben wij het over zo’n 125 spelers verdeeld over 57 verschillende scholen. Het is gewoon zaak dat wij een beeld krijgen van de spelers als scholieren. Het gedrag en de verwachting, de ontwikkeling van de speler, dat wij daar ook informatie van de school over krijgen is van groot belang.’
‘Dat betekent’, gaat Van Pelt verder, ‘dat wij scholen vooraf informeren welke speler er bij ons zit, er worden afspraken gemaakt over de manier waarop wij de informatie tot ons krijgen en dat wij ook bereid zijn de consequenties te nemen als de speler er de kantjes van af gaat lopen op school.’
Tijd voor het studeiuur van de B-selecties
Van Pelt geeft een voorbeeld. Neem dit trainingskamp in Belek in Turkije. Twee spelers zijn niet mee vanwege het de manier waarop zij zich op school hebben gedragen, met als gevolg dat zoiets als deze trip voor jou dan afvalt. Daaronder zit ook een Turkse jongen, uiteindelijk stonden de tranen in zijn ogen, want wij gaan wel naar zijn land toe en hij zei ik mag niet mee naar mijn eigen vaderland. Maar dat heeft hij aan zichzelf te wijten door zijn gedrag op school.’
‘School is belangrijk. Je hebt als speler verwachtingen, ook van een club, maar je hebt geen zekerheid dat het in de toekomst goed gaat met je als speler bij ADO Den Haag. School moet, voetbal mag. Iets dat ik bij mijn bezoek aan Ajax heb opgepikt. Dat stralen zij ook uit. Voetbal mag, als de school het goed vindt. Zo moeten wij er ook over denken. De school moet gewoon honderd procent in orde zijn, want je weet nooit waar het ophoudt als voetballer. Zelfs als je tweede jaars A bent en het gaat fantastisch, dan is het toch belangrijk, dat als je overgaat naar de betaalde tak, dat je er een dagbesteding naast hebt. Je moet in je ritme blijven.’
Even op verzoek de persoonlijke aandacht
Gerrit van Pelt gaat al helemaal op in zijn functie van studiebegeleider. Hoe is hij eigenlijk bij de club terecht gekomen? Hij: ‘Ik ben acht jaar geleden bij ADO gekomen toen mijn zoon als eerste jaars D-speler bij de club kwam. Hij heeft twee jaar in de D gespeeld, is toen naar Quick gegaan en daarna weer terug naar ADO. Dus de laatste vier jaar loopt hij daar nu weer rond. Hij is nu tweedejaars A. Er kwam een vacature voor de studiebegeleiding. Vervolgens ben ik gevraagd een team te gaan doen. Vorig jaar was dat de C1, puur als vrijwilliger. Ik ben mij wat gaan oriënteren bij ander clubs, hoe ze het daar deden. Op een gegeven moment kwam binnen de jeugdopleiding beweging om ook hier een stap te gaan maken. Daarop hebben zij mij gevraagd om een aantal dingen op papier te zetten. Welke kant het op zou kunnen gaan. Bijvoorbeeld de uitbreiding van de studie. Om een voorbeeld te geven, twee trainingen en tussendoor studeren, verder de intensivering van de contacten met de scholen. Wij zijn met elkaar in gesprek gegaan en uiteindelijk zijn wij eruit gekomen.’
ontwikkelen
Van Pelt praat verder: ‘Ik heb vervolgens een aanbod gekregen voor 20 uur, dus heb ik mijn baan – ik ben conrector op De Populier – wat het aantal uren betreft wat ingekrompen voor een jaar opdat wij in mei 2010 kunnen gaan kijken hoe en of wij verder gaan. Ik heb de opdracht gekregen het nu goed neer te zetten, 7 teams met 7 studiebegeleiders, ik coördineer dan die zeven. Maar tegelijkertijd is het de bedoeling om te kijken hoe wij door kunnen ontwikkelen, hoe kunnen wij het nog beter maken, dan wij het nu doen.’
Tijdens het trainingskamp in Turkije zijn er dagelijks vaste momenten ingelast waarop de jongens moeten studeren. Studiebegeleider Van Pelt heeft zelfs van jongens de schoolonderzoeken meegekregen, die zij tijdens die week moeten maken.
Gerrit van Pelt voor de deur van de studiezaal
Van Pelt legt de werkwijze die week uit. ‘Wij hebben op drie dagen in ieder geval voor iedereen een uur studie verplicht gesteld. Dat gebeurt in een grote, fantastische ruimte waar ze een op een aan een tafeltje kunnen zitten. Daarnaast hebben wij een blok van half zes tot zeven waarin er elf schoolonderzoeken worden afgenomen. Dat geldt voor vijf jongens van het Segbroek College, die schoolonderzoek moeten doen tijdens deze trip. Dat is ook een keuze van de spelers zelf. Er is ook een jongen van de A1, die doet VWO 6 op het Segbroek en die vond het te riskant en zei ik ga niet mee. Anderen zijn dus wel mee, maar wij hebben de afspraak met het Segbroek, dat wij de schoolonderzoeken laten maken op de dagen, dat ze op school ook die onderzoeken maken, zodat wij niet de mogelijkheid krijgen van communicatie over de inhoud. Dus die betreffende jongens komen op de dag voor de tweede keer terug. Dat tweede blok is ook vooral ook voor de jongens die in eindexamenklassen zitten. Wij hebben ook jongens van het Mondriaan en de Haagse Hoge School. Wij hebben zelfs een jongen die op de universiteit zit. Dus die jongens kunnen hun tijd goed gebruiken en komen ook in het tweede blok nog zo’n anderhalve uur terug.’
regelwerk
De schoolvakantie is al ten einde, de andere leerlingen zitten al op school. Dat vraagt dus, vooral vooraf, veel regelwerk. Gerrit van Pelt beaamt dat. ‘Wij hebben op twee na alle jongens mee gekregen. Drie die in een eindexamenklas zitten, hebben zelf gezegd dat zij het risico te groot vinden om achter te komen of staan er niet goed genoeg voor met de schoolonderzoeken. In die gevallen hebben wij gezegd, dat moet je het niet doen, het is jouw keus. Een speler die op het Segbroek zit, een tweede jaars A-junior, die voor zijn studie koos en thuisbleef, mag wel als beloning deze week met de Beloften meetrainen. Dat vind ik heel goed opgepikt van die trainer, die dat respecteerde en die training zo voor hem regelde. Er is vooraf volop contact geweest met de scholen wat wij gingen doen, ze zijn er over het algemeen niet blij mee, maar er is wel begrip. Maar het valt en staat met zich goed gedragen en presteren op school. Dat er van de pakweg zestig jongens die mee zijn, er slechts twee het verbod van school hebben gekregen, sterkt mij in de gedachte dat wij het op dat vlak gewoon goed doen. Wij zijn daar erg open in naar de school ook. Soms hebben wij er voor moeten knokken, bijvoorbeeld bij de Internationale School, die in principe hier niet aan meedoet. Maar ook daar kregen wij uiteindelijke de medewerking. De jongens zullen zelf moeten laten zien, dat ze het kunnen en voetbal en studie kunnen blijven combineren.’
serieus
Van Pelt neemt – logisch - zijn taak zeer serieus op. ‘Er zijn jongens die van te voren aan mij al hebben gevraagd om ook tijdens het reguliere studie-uur apart te mogen zitten, omdat zij zich absoluut niet kunnen concentreren in zo’n grote zaal met wat meer geluid. Dat is geen probleem, wij hebben hier aparte zaaltjes daarvoor beschikbaar.’
De school verleent vervolgens haar medewerking, maar vraagt vervolgens wel om een tegenprestatie van de club, een last die op de schouder van de studiebegeleider komt te liggen.
‘Zo voel ik het zelf ook’, geeft Van Pelt toe. ‘Ik ben zelf conrector op een school van het voortgezet onderwijs, dus als ik zelf iemand toestemming zou geven, dan moet ik ook tekst en uitleg kunnen geven als er controle komt van de inspectie waarom zo’n leerling even in Turkije zit. En als die speler dan terugkomt en er is niets uitgevoerd, dan zou ik er welk een heel slecht gevoel bij hebben.’
Aparte ruime voor jongens die zich willen concentreren
‘Het is mijn 18e jaar als conrector’, gaat Van Pelt verder, ‘dus als ik op scholen kom, dan weet men wie ik ben en heeft men de verwachting dat ik dat ook serieus ga doen. Dat heeft niet alleen met je persoon te maken, maar ook met je functie. Ik kan het beroepshalve naar mijn collega’s niet maken om hier te slabakken. Als de jongens terugkomen, moeten ze toch al een inhaalslag maken. En dat weten ze ook.’
Gevraagd naar zijn ervaringen deze week, begint Van Pelt te glimlachen. ‘Ik vind het fantastisch. Het sterke punt hiervan is ook dat trainers en studiebegeleiding heel dicht op elkaar zitten. Als ik nu zie dat er een zit te dommelen bij de studiebegeleiding – en dat gebeurde vandaag bij een speler de laatste tien minuten – dan zeg ik tegen de trainer dat hij niet helemaal scherp meer is, ik zou er even op letten bij hem. En dat kan, omdat je hier zo kort op elkaar zit. Dat werkt echt perfect.’
© Haaglandenvoetbal.nl (TR Media)
